Een vorm van gesprekstherapie, waarin de situatie zoals de cliënt die zich wenst het uitgangspunt is. De therapeut verdiept zich niet in de aard van het probleem maar in de aard van de oplossingen.

Kerngedachten

De kerngedachten zijn: een houding van niet-weten, oplossingsgericht in plaats van probleemoplossend praten en toekomstgerichtheid. De therapie bestaat vooral uit vragen, vragen en nog eens vragen. En dan vooral op een juiste manier; met grote nieuwgierigheid naar hoe de cliënt zichzelf en zijn mogelijkheden ziet.
‘Hoe deed je dat toen? Dat je dat durft! Hoe verklaar je dat dat hielp? Wat heb je nodig om dat nu ook te doen?’

Uitgangspunten

Er wordt van uitgegaan dat cliënten het begin van oplossingen – ongemerkt – al hebben in de vorm van uitzonderingen op het probleem. Het doorvragen over uitzonderingen geeft aanknopingspunten van wat er méér moet gebeuren. Ook het vragen naar hypothetische oplossingen, naar hoe het anders moet worden, geeft aanwijzingen.

Omdat de cliënt de expert is en zelf de oplossingen vindt, zijn ze ook natuurlijk en passend bij de cliënt en diens leefsituatie, en zijn ze blijvend. De therapeut biedt de context aan waarin de cliënt zijn of haar oplossingen vindt.

De therapeut

De therapeut werkt met vragen die de kracht van mensen naar boven halen. De cliënt wordt geholpen om de gewenste toekomst in detail te beschrijven. Er wordt gezocht naar kleine, haalbare, stappen die gemaakt kunnen worden om die situatie te bereiken.

Daarbij wordt onder andere gezocht naar oplossingen die de cliënt zelf al in huis heeft, maar misschien nog te weinig toepast. Als de cliënt successen boekt, draagt dat bij aan een besef dat hij invloed heeft om zijn eigen leven vorm te geven.

Om dit te bereiken, werkt de oplossingsgerichte therapeut met vragen die de kracht van mensen naar boven halen. De gesprekken kunnen plezierig en bevredigend zijn, daar het gaat over krachten en oplossingen, niet over tekortkomingen en problemen.

De boodschap die de cliënt aan het eind van elke sessie krijgt bestaat uit complimenten, het waarom van de huiswerktaak, en de voorgestelde huiswerktaak zelf. Dit geeft de cliënten de macht om de doelstellingen van de hulpverlening, de middelen om die te verwezenlijken en het oordeel over het effect, zelf te bepalen.

De therapeut confronteert niet, maar complimenteert. Dat bekrachtigt en versterkt positieve gedachten. En daardoor doet de cliënt energie op. Het legt het accent vooral op taal en legt de macht terug in handen van de cliënt, waardoor die zich krachtiger voelt. Dat effect kan al snel optreden.