Dialectische gedragstherapie is een cognitieve gedragsbehandeling die ontwikkeld is voor mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Dialectische gedragstherapie ziet het onvermogen om emoties te reguleren als het kernprobleem.

Onderzoek heeft uitgewezen dat Dialectische gedragstherapie effectief is. Dialectische gedragstherapie is gebaseerd op een biosociale visie op de BPS. Dat houdt in dat het kernprobleem wordt gezien als een onvermogen om emoties te kunnen reguleren. Dit komt door biologische aanleg, de omgeving en de wisselwerking hiertussen gedurende iemands ontwikkeling.
Er is een overgevoelig en overactief emotioneel reactiesysteem en een onvermogen om hiermee om te gaan.

De behandeling volgens Dialectische gedragstherapie heeft een aantal belangrijke kenmerken:

Allereerst is er een dialectische visie op de werkelijkheid en op menselijke gedrag. Volgens deze visie bestaat de werkelijkheid steeds uit tegengestelde krachten, ook wel genoemd de these en antithese. Uit de combinatie ervan, de synthese, ontstaan nieuwe krachten.

Bij de BPS is er doorgaans een onvermogen om tot een synthese te komen, er bestaat een zwart-wit denken. Bij de behandeling van BPS speelt er voorts een belangrijke tegenstrijdigheid: nl de noodzaak voor de cliënt om zichzelf te accepteren en de noodzaak om te veranderen.

Dialectische gedragstherapie probeert daarin een balans te vinden en maakt daarin gebruik van zowel Oosterse (Zen) technieken als Westerse psychologische technieken.

Ten tweede benadrukt de Dialectische gedragstherapie om het gedrag in een grotere context te zien. Zo op het oog disfunctioneel gedrag, zoals zelfbeschadiging, kan op dat moment een functie hebben, nl het verminderen van een bepaalde emotionele instabiliteit. Dialectische gedragstherapie zal proberen ander gedrag aan te reiken om hetzelfde doel te bereiken.

Ten derde wordt gesteld dat de werkelijkheid voortdurend verandert. Therapie richt zich niet op het in stand houden van een stabiele omgeving, maar probeert de cliënt te helpen om zich op zijn gemak te voelen bij verandering.

De behandeling bestaat uit vier onderdelen: een individuele psychotherapie, een training psychosociale vaardigheden, telefonische consultatie en een consultatieteam. De vaardigheden die aan bod komen in de training zijn gericht op: emotieregulatie, interpersoonlijk functioneren, het goed waarnemen van zichzelf en het omgaan met crises.

De individuele psychotherapie en de vaardighedentraining worden apart aangeboden en dit is van essentieel belang. De individuele psychotherapie is er voor het proces en daarbij is er ruimte voor crisissen en de gebeurtenissen van de dag. Dit maakt dat de vaardighedentraining zich kan concentreren op het aanleren en oefenen van de vaardigheden.

Het toepassen van deze vaardigheden zal voortdurend door de individueel therapeut benadrukt worden. De therapeutische relatie wordt gekenmerkt door het feit dat de therapeut optreedt als coach voor de cliënt en niet voor de omgeving van de cliënt.

De cliënt zelf is verantwoordelijk als het gaat om informatie geven aan anderen, bijvoorbeeld in het kader van een kortdurende ziekenhuisopname. De therapeut is telefonisch altijd bereikbaar voor de cliënt.