In directieve therapie worden aanwijzingen, suggesties en opdrachten gebruikt. De directieve therapie is een vorm van psychotherapie. Veel van de attitudes, technieken, werkwijzen en ideeën zijn overgenomen en geïntegreerd geraakt in de cognitieve gedragstherapie. Het gaat erom anders te leren denken en anders te doen.

Het is ontstaan in de jaren ’70 van de twintigste eeuw als een reactie op de onbruikbaarheid van de toen heersende psycho-analyse, voor grote groepen mensen met psychische en psychiatrische klachten. Er worden concrete en welomschreven behandeldoelen geformuleerd. Deze doelen dienen als leidraad voor de therapie. Bij de formulering van deze doelen staat de wens van de cliënt centraal.

De therapeut plaatst de problemen van de cliënt in een positieve context. De therapeut geeft de cliënt duidelijke aanwijzingen over hoe klachten kunnen worden verholpen. De directieve therapeut vraagt u niet alleen om te praten, maar geeft ook zijn professionele adviezen.

De therapeut verwacht een actieve houding van zijn cliënt. Als de cliënt wil veranderen dan is het vaak noodzakelijk om ander gedrag te leren.

Bij het verwezenlijken van die doelen speelt de therapeut in directieve therapie een sterk sturende rol. Centraal staat steeds de vraag: ‘Wat werkt bij dit probleem bij deze cliënt?’ De therapeut geeft aanwijzingen en van de cliënt wordt een bepaalde mate van zelfwerkzaamheid verwacht. Vaak wordt gevraagd om voor het volgende gesprek iets te doen of te oefenen.

De directieve therapeut heeft een eclectische werkwijze. Dit wil zeggen dat de therapeut technieken toepast uit verschillende therapievormen. Hij kiest de techniek die het best past bij de persoonlijkheid van de cliënt. In zekere zin maakt hij een behandelplan op maat.Regelmatig vindt een evaluatiegesprek plaats om te kijken of men nog steeds op de goede weg zit.

Indien nodig kunnen gezinsleden worden uitgenodigd. Sommige klachten hebben invloed op de directe omgeving en omgekeerd kan de omgeving invloed hebben op de klachten. Bij het eerste gesprek kunnen daarom één of meer gezinsleden dan wel een partner worden uitgenodigd. De therapeut krijgt op die manier zoveel mogelijk informatie.

Het aantal zittingen wordt beperkt gehouden. Bij directieve therapie wordt gestreefd naar efficiëntie. Gemiddeld duurt een behandeling tien tot twintig zittingen, met een frequentie van gemiddeld één zitting in de twee weken.