Kinder- of jeugdpsychotherapie is een vorm van hulp die bedoeld is om een kind of jongere met psychische klachten of gedragsproblemen te helpen.

Psychotherapie

Soms ervaren kinderen de problemen zelf niet als zodanig, maar lijdt de omgeving onder hun gedrag. Psychotherapie kan nodig zijn wanneer andere vormen van begeleiding, bijvoorbeeld door school of maatschappelijk werk, niet voldoende resultaat hebben gehad. De problemen van kinderen en jongeren zijn uiteenlopend van aard en kunnen verschillende typen klachten tot gevolg hebben.

Klachten

Soms zijn de klachten naar binnen gericht, bijvoorbeeld als een kind veel piekert, angstig is, of last heeft van gevoelens van minderwaardigheid of somberheid. Andere klachten zijn meer naar buiten gericht en manifesteren zich in de relatie met anderen; bijvoorbeeld liegen, pesten of agressief gedrag.

Er kan sprake zijn van eet-, slaap- en zindelijkheidsproblemen of van lichamelijke klachten die niet medisch te verklaren zijn. Soms zijn er problemen in de opvoeding, met het gedrag op school of de leerprestaties. Klachten kunnen specifiek zijn: een kind is bijvoorbeeld bang voor de tandarts. Soms zijn de klachten vaag: een kind is voortdurend somber of angstig.

In sommige gevallen is er een duidelijke oorsprong aan te wijzen voor de klachten: een ernstige gebeurtenis zoals het verlies van een geliefd iemand of een ziekenhuisopname kan de klachten in gang gezet hebben. In andere gevallen ligt de oorsprong van de klachten meer in de manier van omgang van de gezinsleden. Complexe relaties en ervaringen met ouders, broers en zussen kunnen een kind of jongere zodanig emotioneel belasten dat hij vastloopt in zijn ontwikkeling.

Tenslotte zijn er problemen die specifiek bij een bepaalde levensfase horen, zoals de emotionele en lichamelijke ontwikkeling bij jongeren in de puberteit.

Ontwikkeling

De kinder- en jeugdpsychotherapeut houdt rekening met het gegeven dat kinderen en jongeren in ontwikkeling zijn en in een gezin of in een andere opvoedingssituatie leven waar voor hen gezorgd wordt. Dat brengt een specifieke werkwijze met zich mee.

Directe aanpak

De kinder/jeugdpsychotherapeut kan kiezen voor een directe of een meer indirecte aanpak van de problemen. Een directe aanpak kan inhouden: samen met het kind inventariseren waar het bang voor is, waar dat mee te maken heeft en hoe het kind zelf denkt over mogelijke oplossingen.

Dit betekent meestal dat het kind kan zeggen wat er aan de hand is, dat het probleem is af te bakenen en dat een doelgerichte aanpak een geschikte methode is. Met behulp van oefeningen en huiswerkopdrachten wordt in kleine stappen toegewerkt naar het wenselijke gedrag.

Indirecte aanpak

Bij een indirecte manier van werken wordt het kind uitgenodigd om uit te drukken wat het bezighoudt. Voor jonge kinderen is het spel de meest gangbare manier om zich uit te drukken.

De kinderpsychotherapeut kan hieruit begrijpen hoe het kind zijn leven ervaart en proberen te achterhalen hoe de problemen ontstaan zijn. Naast het spelen vinden ook gesprekjes plaats. Daarbij kan het kind vertellen over het leven thuis, op school of daarbuiten. Het gesprek als middel om contact te maken met een kind wordt belangrijker naarmate het kind ouder is.

Hoe gaat een sessie?

Bij jongeren neemt praten een belangrijker plaats in. Werken met creatief materiaal kan wel een onderdeel zijn van de therapie. Ook rollenspelen of andere therapeutische technieken zijn mogelijk. Afhankelijk van de aard van de problemen kan de aanpak gericht zijn op het verwerken van ervaringen van vroeger of meer gericht zijn op het vinden van een oplossing voor problemen in het heden.

Vormen

Kinder- of jeugdpsychotherapie kan diverse vormen aannemen. De meest gangbare vorm bij kinderen is individuele psychotherapie. De psychotherapeut werkt meestal met een combinatie van praten en spel om het kind en zijn problemen te begrijpen en de gewenste veranderingen te laten ontstaan. Meestal komt het kind of de jongere één keer in de week voor een afspraak van drie kwartier.

Locatie

Bij kinderen tot ongeveer twaalf jaar vindt de therapie doorgaans plaats in een spelkamer, waar het kind zich met behulp van het aanwezige materiaal kan uiten. Bij jongeren zal de therapeutische ruimte vaker een gesprekskamer zijn.

Groepspsychotherapie

Naast individuele psychotherapie bestaat de mogelijkheid van groepspsychotherapie. Voor jongeren is dit vaak een geschikte werkwijze. In de therapie wordt de omgang met elkaar gebruikt om uit te zoeken waar de jongeren problemen mee hebben en hoe dit kan veranderen. De groep biedt jongeren de mogelijkheid om te ervaren hoe zij zich op een andere manier kunnen opstellen. Groepspsychotherapie vindt meestal een maal per week of een maal per twee weken plaats. De duur varieert van anderhalf tot twee uur.

Gezinspsychotherapie

Een derde mogelijkheid is gezinspsychotherapie. Als een kind of jongere sterk beïnvloed wordt door de manier waarop men in het gezin met elkaar omgaat is het belangrijk om met het hele gezin te werken. Door middel van praten, opdrachten of oefeningen kan gezocht worden naar een andere wijze van communiceren met elkaar.

Ouderbegeleiding

Kinder- en jeugdpsychotherapie vindt plaats in nauwe samenwerking met de ouders, vervangende verzorgers of met het hele gezin. Naast de behandeling van het kind, is er altijd een vorm van ouderbegeleiding. Omdat kinderen zijn ingebed in een gezin is het noodzakelijk om enerzijds het kind te helpen en anderzijds afstemming te zoeken met de ouders of opvoeders.

Wanneer kinderen in een tehuis of pleeggezin wonen geldt dat ook. De begeleiding van kind en ouders kan verschillende vormen aannemen. De ouderbegeleiding kan bestaan uit gesprekken waarin de opvoeding en het gezinsleven besproken worden.

Soms doet de psychotherapeut van het kind zelf de ouderbegeleiding, soms houdt een andere psychotherapeut zich hiermee bezig. Het is belangrijk om te achterhalen hoe de opvoeding en ontwikkeling van het kind tot nu toe zijn verlopen.

Uitleg over de problematiek

Soms is uitleg over de problematiek van het kind en de effecten daarvan op de rest van het gezin nodig. Meer kennis van de problematiek en een beter begrip van de aard van hun kind kunnen ervoor zorgen dat ouders succesvoller worden in hun aanpak.

Andere vormen van begeleiding

Naast de ouderbegeleiding zijn soms andere vormen van begeleiding nodig, zoals begeleiding op school of in de thuissituatie. De psychotherapeut bekijkt samen met de ouders en het kind welke aanpak het meest zinvol is.

Duur

Bij jongeren is het afhankelijk van de leeftijd en de aard van de problemen in welke mate ouderbegeleiding of contact met de gezinsleden noodzakelijk is. Soms zijn regelmatige gesprekken nodig, in andere gevallen volstaat een enkel onderhoud. Contacten met de ouders zullen gezien de leeftijdsfase van de jongere (toegroeien naar zelfstandigheid) minder intensief zijn en soms helemaal niet plaatsvinden.

De psychotherapeut

In veel gevallen zal de psychotherapeut die contacten met de ouders heeft, een andere zijn dan de psychotherapeut die met de jongere werkt. Als het om een kind gaat, zal de psychotherapeut meestal eerst een gesprek voeren met de ouders of verzorgers van het kind. In dit gesprek kan de psychotherapeut zich een eerste indruk vormen van de problemen en klachten.

Informatie

Soms is er al informatie van school of van een ander hulpverleningsinstituut, soms zal de psychotherapeut daar informatie willen inwinnen. Vaak is het gewenst om een psychologisch onderzoek te doen dat meer informatie geeft over de persoonlijkheid van het kind.

Een aanvullend onderzoek, gericht op de prestaties en het functioneren op school, kan nodig zijn bij leerproblemen. Als de klachten (ook) van lichamelijke aard zijn kan een medisch onderzoek bij de huisarts of specialist gewenst zijn. Hoe dit voortraject precies zal lopen is afhankelijk van de aard van de klachten, van de leeftijd van het kind en van de werkwijze van de psychotherapeut of de instelling. Gaat het om een jongere, dan praat de psychotherapeut meestal eerst met de jongere zelf en wordt daarna contact gelegd met de ouders.

Voorstel

Na één of meer inventariserende gesprekken en eventueel aanvullend onderzoek, zal de psychotherapeut een voorstel doen voor de behandeling. Van te voren is niet precies te zeggen hoe lang de psychotherapie zal duren.

Kortdurend

Soms richt de behandeling zich op een afgebakend probleem, zoals faalangst op school. In zo’n geval zal de behandeling doorgaans kortdurend kunnen zijn. Een korte behandeling neemt enkele sessies tot een half jaar in beslag. Als de problemen complex of hardnekkig zijn kan de behandeling één tot drie jaar duren.

Resultaten

Wanneer de behandeling aanslaat zal het resultaat te zien zijn in het afnemen van de klachten. Het kind of de jongere functioneert beter op alle levensgebieden: thuis, op school, in de omgang met vriendjes. Een kind zal zich vrijer bewegen, zich zekerder voelen, meer durven. Een jongere zal meer greep krijgen op wie hij is, wat hij wil en de omgang met anderen beter kunnen hanteren.

Kinder- en jeugdpsychotherapeuten werken bij een Riagg of instelling voor jeugdhulpverlening, bij een (kinder)psychiatrische kliniek of polikliniek. Ook zijn er instituten voor dagbehandeling van kinderen en jeugdigen. Daar kan psychotherapie plaats vinden in het kader van een meer intensieve behandeling.

Kosten

Dit wordt vergoed via de AWBZ, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. U moet wel een eigen bijdrage betalen Verder zijn er ook zelfstandig gevestigde kinder- en jeugdpsychotherapeuten, die een eigen praktijk hebben. U moet de therapie zelf betalen, maar soms bestaat een mogelijkheid voor vergoeding.

Veel kinder- en jeugdpsychotherapeuten zijn lid van de vereniging voor Kinder- en Jeugd Psychotherapie (VKJP). Deze vereniging houdt zich bezig met de kwaliteit van de kinder- en jeugdpsychotherapie en levert een bijdrage aan de opleiding tot kinder- en jeugdpsychotherapeut.