Kinesiologie betekent oorspronkelijk ‘leer van de beweging’ en vindt zijn oorsprong vroeg in de 20e eeuw. Kinesiologie is in de jaren ’60 ontstaan uit het werk van de Amerikaanse chiropractor George Goodheart.

Uitgangspunten

Kinesiologie steunt op een totale en holistische visie op de mens. Ze gaat uit van het principe dat het lichaam weet wat voor hem past en wat het nodig heeft, veel beter dan het intellect of de psyche. Zo hangt bijvoorbeeld een goede gezondheid af van de goede staat van psyche, fysiologie en lichamelijke bot- en spierstructuur. 

Evenwicht

Hoofddoel is het evenwicht, het welzijn van het individu op alle vlakken, emotioneel, fysisch en fysiologisch. Ze is de wetenschap die de spieren bestudeert, ze helpt testen en in evenwicht brengen.

Test

De kinesioloog voert tests uit die hem informatie geven over het lichaam en hersenen in hun totaliteit. Zo kan hij de oorsprong van pijn, stress en moeilijkheden achterhalen. Ze kan bijdragen tot de oplossing van erg uiteenlopende problemen en kwalen. Van stress of angstsituaties tot de verbetering van prestaties, maar ook depressie en dyslexie.

Vragen

De kinesioloog heeft een antwoord op tal van vragen maar behandelt niet, geneest niet en stelt geen enkele diagnose.

De spiertest

De spiertest verschilt van de gebruikelijke tests in de kinesitherapie of in de klassieke geneeskunde. Hij is uiterst zacht en subtiel. De test poogt de energetische respons van de spier te beoordelen, zijn tonus en niet zijn kracht.

Het is een natuurlijk biofeedbackinstrument waarmee men de verschillende fouten in het evenwicht van een persoon kan vaststellen en aan het licht brengen. En waarmee men aan het einde van de behandelingssessie kan nagaan of de correcties doelmatig zijn. Het lichaam toont ons waar we moeten werken. Het vertelt ons het verhaal van de persoon in kwestie. Doorgaans wordt de test in het begin van de behandeling uitgevoerd.

De indicatorspier

De spier wordt in contractie geplaatst en men oefent een lichte druk uit om te proberen hem deze stand te doen opgeven. Bij een spiertest gebruiken we een makkelijk bruikbare spier, zoals bijvoorbeeld in de arm. Wij noemen dat de indicatorspier. Wanneer we dan aan de persoon vragen om aan iets aangenaams te denken, blijft zijn arm in die houding. De test wordt «sterk» genoemd. Maar indien we hem aan een stressfactor doen denken, ongeacht welke, verzwakt zijn arm onder de lichte druk. Dit toont een stoornis in de energiedistributie aan.

Communicatiemiddel

De spiertest werkt als een ON/OFF-mechanisme dat stress/geen stress antwoorden geeft. Het is dus een communicatiemiddel met ons lichaam op binaire modus. In zekere zin onze biologische computer. Via de spiertest treedt de kinesioloog in communicatie met het bewustzijn van het lichaam en heeft hij toegang tot zijn geheugen.

Cellulaire geheugen

Schijnbaar werd de ervaring uit het verleden geregistreerd door de neuronen en de cellen van weefsels, zenuwen en spieren herinneren zich dat perfect. Alle angsten, woedes, pijn is in dat geheugen opgestapeld sedert onze bevruchting, en bepalen onze handelingen in het heden. Dankzij de spiertest kan men dit cellulaire geheugen raadplegen.

De resultaten

 De resultaten zijn verrassend. Kinderen met leermoeillijkheden verbeteren hun schoolprestaties met bijna 30%. Elke behandeling begint met dezelfde vraag, die uitgaande van het onwelzijn van de klant, het doel tracht te achterhalen. Hij moet de zaak in handen nemen, hij moet de verantwoordelijkheid voor zijn welzijn opnemen.

Gezag

Bijzonder aan de kinesiologieis dat ze naar het gezag van de persoon zelf verwijst. In plaats van het slachtoffer te zijn, moet hij leren zelf handelen om zijn evenwicht te herstellen en vindt hij tegelijk zijn innerlijke kracht terug.