In mediatietherapie worden specifieke vaardigheden aan ouders aangeleerd om beter met hun kinderen te leren omgaan in de natuurlijke omgeving van het kind. Is de meeste gebruikte werkwijze in de gedragstherapie met kinderen van 3 tot 12 jaar. Na een uitvoerige analyse van het gedrag van zowel kinderen als ouders (door middel van observatieopdrachten), worden strategieën aangeleerd en vaardigheden ingeoefend, die dagelijks in de praktijk van de opvoedingssituatie kunnen worden gebruikt.

De therapie verplaatst zich van de therapieruimte naar de huiskamer. Problemen bij kinderen zijn niet los te denken van de omgeving waarin ze leven en opgroeien. Bij opvoedingsproblemen gaat het dikwijls om moeilijk hanteerbaar gedrag van kinderen, dat zich vooral thuis voordoet.

Mediatietherapie wil het gedrag van een kind veranderen door de ouders te instrueren, zodat zij voortaan gepaster reageren bij het straffen en belonen. De ouders zijn het ‘medium’ waarvan de therapeut zich bedient om gedragsveranderingen bij de kinderen te bereiken.

Bij direct toegepaste operante gedragstherapie gaat de therapeut de principes van straffen en belonen rechtstreeks toepassen in reactie op het gedrag van het kind. Bij cognitieve gedragstherapie tracht men het gedrag van het kind te veranderen door zijn inzichten en overtuigingen te beïnvloeden.

Ouders worden begeleid in een andere aanpak van hun kind. Bij de keuze van een mediatherapie nemen we aan dat de ouder de kennis en vaardigheden mist die nodig zijn voor gedragsverandering maar dat hij of zij wel gemotiveerd en in staat s om die te verwerven.

Deze aanpak heeft de volgende voordelen:
• Je begint met je aanpak met de machtigste in het systeem waardoor weerstand tegen de therapie en het gevoel te falen van de ouders voorkomen worden.
• Er is geen generalisatieprobleem. Het nieuwe gedrag wordt direct aangeleerd in de situatie waarin het
verwacht wordt.Vanaf het begin wordt op de goede plaats gewerkt.
• Er is minder kan op terugval na een geslaagde behandeling. Het kind gaat niet veranderd terug naar een
onveranderde omgeving.

Vaak leert de moeder tijdens mediatietherapie nog meer. De basisvaardigheden die men leert zijn:
• Prijzen en affectie tonen
• Belonen en privileges geven
• Differentiële aandacht geven
• Negeren
• Time out toepassen
• Beloningen en privileges ontzeggen
• Fysieke straf
• Gehoorzaamheid

De problemen die behandeld worden zijn:
• Woedebuien
• Vechten redetwisten
• Karweitjes niet doen
• Irritante gewoonten
• Bedplassen en broekpoepen.

Operante mediatietherapie met de ouders zijn er onder andere:
• oudercursus
• advisering van de ouders op de instelling
• token programma’s et ouders en pubers

Training van de ouders aan huis.
1. De oudercursus: Als : ouders niet te ver van de instelling wonen als ouders geen eerdere hulp kregen
als ouders niet teveel persoonlijke problemen hebben het niet oneens zijn over de aanpak van het kind
geen weerstand hebben tegen een groep als de kinderen iet zwakzinnig, psychotisch of lichamelijk gehandicapt zijn. Als kinderen nog niet in de pubertijd of uit huis geplaatst zijn Als er binnen 2 maanden op de instelling een oudercursus begint.

2. Advisering van ouders op de instelling Volgorde van Holland voor gesprekspunten:
• laat ouders algemene doeleinden en klachten vaststellen
• lat ouders algemene klachten en doelstellingen terugbrengen tot een aantal afzonderlijke gedragingen die een toename of afname vereisen.
• Laat ouders uit de door hen opgestelde lijst een enkel gedragsprobleem kiezen waarop zij zich willen
gaan concentreren
• Laat ouders nauwkeurig dit gedrag, zoals dat op het moment voorkomt, beschrijven in observeerbare
termen
• Laat de ouders evenzo het gedrag beschrijven dat zij wel wensen.’Hier moeten de ouders zich uitspreken
in gedragstermen.
• Laat de ouders de situatie bespreken waarin het gewenste gedrag zou moeten optreden, laat hen dus de discriminerende stimuli voor het gewenste gedrag vaststellen.
• Laat ouders evenzo de situatie bespreken waarin het ongewenste gedrag niet mag voorkomen..ook het
gedrag dat moet afnemen is vaak alleen ongewenst in specifieke omstandigheden.

Mogelijke therapeutische maatregelen volgens Holland:
• Laat de ouders bespreken hoe zij het uiteindelijke gedrag stap voor stap
• Laat de ouders een lijstje opstellen van mogelijke positieve en negatieve versterkers
• Laat de ouders bespreken wat de kinderen ontzegd zou kunnen worden. De waarde van een versterker
hangt af van of het kind hiervan te weinig of te veel heeft.
• Laat de ouders duidelijk vaststellen wat zij willen, het toenemen of afnemen van een bepaald gedrag, of
beide. In vele gevallen moeten de ouders niet alleen een gedrag laten afnemen maar ook een
tegenstrijdig gedrag laten toenemen.
• Laat de ouders de situatie bedenken waarin de kans het grootst is dat een bepaalde vorm of een bepaald gedeelte van het gewenste gedrag optreedt.
• Laat de ouders bespreken hoe zij gewenst gedrag kunnen doen toenemen door het onmiddellijk geven
van een positieve versterker volgend op het gedrag.
• Laat de ouders bespreken hoe zij ongewenst gedrag van hun kind kunnen doen afnemen door een
positieve versterker af te nemen
• Laat de ouders bespreken hoe zij ongewenst gedrag kunnen doen afnemen door 5 minuten time-out.

3. tokenprogramma;s
Als indicatie voor het toepassen van token programma’s stelt Coe:
• ouders komen met gedragsklachten die zij zeggen niet te kunnen veranderen
• als hanteringsmethode gebruiken de ouders alleen straf en het onthouden van privileges.
• het kind voelt zich ingeperkt en ziet zijn zelfstandigheid belemmerd door zijn ouders
• de gezinsinteracties demonstreren het bovenstaande

Als rationale geeft Coe:
• ouders hoeven hun kind niet meer voortdurend achter de vodden aan te zitten
• het kind mag doen wat het wil: vaak zijn grootste behoefte
• het gezin leert een algemene probleemoplossingtechniek.

4. Training van de ouders aan Huis. De volgende procedure is mogelijk:
• Observatie van moeder en kind aan huis
• Training van moeder
• nameting
Denk aan video hometraining

Holdingtherapie
Is beschreven als behandelingsmethode voor kinderen en adolescenten met autisme, met hechtingsproblemen, met veel woede, kinderen zonder geweten, voor depressieve moeders en voor gescheiden moeders.