Psychomotorische kindertherapie is therapie voor kinderen die problemen hebben met zichzelf. Die problemen zien we vaak aan het gedrag. Het kind maakt bijvoorbeeld moeilijk contact met andere kinderen of met volwassenen.

Waaraan kunt u nog meer merken dat een kind problemen heeft?
• het kind is driftig, koppig, overactief of onrustig;
• het kind trekt zich juist terug, is stil, geremd, angstig;
• het kind kan zijn aandacht nergens bij houden;
• het kind is bang om fouten te maken;
• het kind is gespannen;
• het kind vindt zichzelf stom, of niet leuk, niet knap, niet slim genoeg;
• het kind eet of slaapt slecht.

Psychomotorische kindertherapie wordt ook gegeven aan kinderen die zich niet prettig voelen door een beperking of chronische ziekte. Verder aan kinderen die een nare of traumatische lichamelijke ervaring hebben gehad. Een operatie bijvoorbeeld, of lichamelijk geweld of seksueel misbruik.

Psychomotorische kindertherapeuten gaan ervan uit dat gedragsproblemen ook een lichamelijke kant hebben. Zo kan een kind zichzelf stom vinden omdat hij zo onhandig beweegt. Maar een kind kan zich ook onhandig gaan bewegen doordat hij zichzelf stom vindt.

De therapeut werkt daarom veel met het lichaam: hoe staat en zit het kind, hoe beweegt het kind, hoe haalt het kind adem, hoe zit het kind in zijn vel? Dat gebeurt op een speelse manier: door met het kind te spelen, zingen en bewegen. Het kind krijgt bijvoorbeeld vangoefeningen, leert te werken met ritme en doet creatieve activiteiten, zoals kleien en schilderen.

De therapie is geschikt voor kinderen tot ongeveer twaalf jaar. Het kind krijgt ongeveer een jaar lang elke week een uur therapie. De opleiding tot psychomotorisch kindertherapeut is erkend door de overheid. Het is mogelijk dat uw zorgverzekeraar de behandeling vergoedt, als u een aanvullende verzekering hebt.