Bij veel fobieën en angststoornissen ontstaan bij een persoon overdreven of onredelijke angsten en spanningen die een groot deel van het leven beheersen. Bij een specifieke fobie (vroeger ook wel enkelvoudige fobie genoemd) beperkt de angst zich echter tot specifieke situaties, objecten of zelfs mensen (bijvoorbeeld hoogten, onweer, spinnen).

Behandeling specifieke fobieën:

De behandeling bestaat vaak uit Cognitieve Gedragstherapie , de ReventaCare-methode, Emotioneel Evenwicht, Emotional Freedom Techniques, Integratieve psychotherapie medicatie of een combinatie hiervan.

Kenmerken

A. Een duidelijke en aanhoudende angst die overdreven of onredelijk is en wordt veroorzaakt door de aanwezigheid of verwachting van een specifiek object of een specifieke situatie (bv. vliegen, hoogten, dieren, een injectie krijgen, bloed zien).
B. Blootstelling aan een fobische prikkel veroorzaakt vrijwel altijd een directe angstreactie. bijvoorbeeld huilen, woede-uitbarstingen, verstijving of vastklamping.
C. De persoon ziet in dat de angst overdreven of onredelijk is.
D. De fobische situaties worden vermeden of ondergaan met intense angst of spanning.
E. De vermijding, de angstige verwachting of de spanningen voor de gevreesde situatie belemmeren in ernstige mate de dagelijkse handelingen, het beroepsmatig functioneren (of studie of school), sociale activiteiten of relaties met anderen of er bestaat een duidelijk lijden door de fobie.
F. Als de persoon jonger is dan 18 jaar, is de duur minimaal 6 maanden.
G. De angst, paniekaanvallen of vermijding zijn niet het gevolg van een andere psychische aandoening.

Er zijn vele soorten fobieën.
Hieronder worden 2 veel voorkomende besproken:

1. Sociale angst:

Dit isis een psychische aandoening. Iemand die aan deze stoornis lijdt, heeft angst, grote onzekerheid en verlegenheid voor alledaagse sociale interacties en gebeurtenissen, bijvoorbeeld feestjes, vergaderingen en soms telefoneren of boodschappen doen. Angst voor afwijzing, commentaar, kritiek, pesten en uitlachen. Naast algemene sociale fobie bestaan er specifieke vormen als bloosangst, trilangst, plasangst en (angst om te) stotteren.

Kenmerken voor de sociale fobie:
A. Een duidelijke en aanhoudende angst voor een of meer sociale omstandigheden waarin de persoon te maken heeft met onbekende mensen of mogelijke kritiek. De persoon is bang dat hij/zij zich zal gedragen op een manier (of angstsymptomen vertoont) die vernederend of gênant is.
B. Blootstelling aan een gevreesde sociale situatie roept bijna altijd angst op, die vorm kan krijgen als een situatiegebonden paniekaanval.
C. De persoon is zich ervan bewust dat de angst overdreven of onredelijk is.
D. De persoon vermijdt de gevreesde sociale situatie of neemt deel met intense angst of spanning.
E. De vermijding, de angstige verwachting of de spanningen voor de gevreesde sociale situatie belemmeren in ernstige mate de dagelijkse handelingen, het beroepsmatig functioneren (of studie of school), sociale activiteiten of relaties met anderen of er bestaat een duidelijk lijden door de fobie.
F. Bij personen die jonger zijn dan achttien, duurt de stoornis minimaal zes maanden.
G. De angst of vermijding is niet het gevolg van het innemen van een substantie (bijvoorbeeld drugs of geneesmiddelen) of een lichamelijke aandoening. Er is geen sprake van een andere psychische aandoening.
H. Als er een lichamelijke aandoening of een andere psychische aandoening is gediagnosticeerd, houdt de angst uit criterium A hiermee geen verband

2. Faalangst

 Letterlijk is faalangst de angst om te falen. Je bent bang dat ondanks een goede voorbereiding er een mislukking volgt. Eigenlijk is er ook al angst vooraf. ‘Het zal wel niet gaan lukken, ik krijg vast een black-out’, zijn gedachten die lang tevoren al meespelen. Faalangst heb je alleen als het gaat om een bepaalde ‘taak’, iets wat van je wordt verwacht. En ook een ‘taak’ waar een beoordeling volgt. Door de angst presteer je vaak minder dan mogelijk, onder je niveau. Of zijn de dagen/uren voorafgaand aan de ‘taak’ vreselijk. Sommige mensen hebben altijd, ook buiten een ‘taak’, last van angst. Dit noemen we geen faalangst. Eigenlijk zijn deze mensen min of meer altijd angstig, en dus ook bij ‘taken’. De begeleiding van deze algemene angst is anders dan bij faalangst.