Het is een vorm van complementaire zorg waarbij de zorgverlener het energieveld van de patiënt meer in evenwicht wil brengen. Hij doet dit door met zijn handen, volgens een vaste methode, het energieveld te harmoniseren.

Bij TT wordt er dus vanuit gegaan dat de mens ook uit energie bestaat en dat de balans in die energie verstoord kan zijn als men klachten heeft, ziek is of vermoeid en verzwakt is. Bij TT wordt niet de klacht of het symptoom behandeld, maar de verstoring in de energiestroom hersteld, voor zover mogelijk.

Daarom kan TT heel goed aanvullend aan een meer klachtgerichte, reguliere behandeling aangeboden worden. Onderzoek naar de effecten van therapeutic touch laat zien dat TT onder meer effectief kan zijn bij angst, pijn, onrust, en wondgenezing. Het heeft vooral een ontspannend effect en kan daardoor klachtverminderend werken.

Daarnaast vergroot TT het welbevinden en de kwaliteit van leven. TT wordt veel toegepast door verpleegkundigen en verzorgenden die vanuit de aard van hun beroep gericht zijn op begeleiding en ondersteuning van de patiënt en niet op genezing.

Maar ook andere hulpverleners passen TT binnen hun werk toe, zoals activiteitenbegeleiders, psychotherapeuten, maatschappelijk werkenden, geestelijk verzorgers, fysiotherapeuten, etc. Ook zelfstandige (alternatieve) therapeuten gebruiken TT.

TT is echter niet voorbehouden aan professionele zorgverleners. Juist omdat het een systematische methode betreft die door iedereen te leren is, kan het ook goed en veilig in de thuissituatie worden toegepast: bij huisgenoten, bij zieke familieleden of anderen voor wie men (als mantelzorger) zorgt.

De belangrijkste redenen om TT te geven zijn ontspanning (93%), pijnvermindering (66%) en angstvermindering (61%). Zoals alle vormen van complementaire zorg wordt TT toegepast vanuit een holistische mensvisie.

Dit betekent dat de zorgverlener een belangrijke rol speelt in het herstel- of helingsproces van de patiënt. Immers, de zorgverlener zelf is ook een hele mens die in relatie staat tot zijn omgeving en anderen. Complementaire zorg is dus per definitie relationele zorg.

Dit betekent dat de zorgverlener ook goed voor zichzelf moet zorgen. Hoe meer hij in balans is en zich bewust is van zijn eigen (on)mogelijkheden, hoe meer hij competenties als empathie, compassie, en een helende intentie van invloed kan laten zijn in de relatie met de patiënt. En het ontwikkelen van deze competenties vraagt om reflectie en bewustwording van de zorgverlener zelf en komt zo ook de persoonlijke ontwikkeling ten goede.